De Parel van het Zuiden

Het magische Marrakech is na Fes de belangrijkste koningsstad in Marokko met een glorieus verleden. Sinds de 11de eeuw hebben alle Marokkaanse dynastieen gevochten om deze oase met zijn prachtige palmerij aan de voet van het Atlasgebergte te veroveren, de overblijfselen en monumenten getuigen van hun passage. Op het beroemde Djemaa El Fnaplein lijkt het of de tijd heeft stil gestaan als acrobaten, muzikanten, vertellers, marktkooplui en slangenbezweerders hun kun.

Te bezichtigen: De souks met hun winkeltjes, die uitpuilen van de meest gevarieerde artikelen, Koutoubia Moskee, de graven van de Saadiers, het paleis El Bahia, Dar Si Said, de Medersa Ben Youssef, de Majorelle tuinen.

Beste Gouden tips voor Marrakech van Mariëtte van Beek ( Bloger en reisjournalist )!

De bekendste bezienswaardigheden van Marrakech vind je in iedere goede reisgids (of georganiseerd reisprogramma), maar start je verkenningstocht in ieder geval op het beroemde rariteitenplein Jemaa el-Fna, in het centrum van de oude binnenstad. Vergaap je er aan een gevarieerd gezelschap van straatartiesten, en gebruik de Koutoubia-minaret als handig oriëntatiepunt.
Bezoek vervolgens de Medersa Ali Ben Yousef, de rijkelijk gedecoreerde islamitische leerschool in de medina, en de exotische Jardin Majorelle én het spiksplinternieuwe Musée Yves Saint Laurent buiten de stadsmuren. Zorg dat je een behoorlijke kaart van Marrakech hebt, zodat je de verschillende attracties eenvoudig kunt vinden.

Dwaal niet alleen door de soeks (overdekte winkelstraten) ten noorden van het plein Jemaa el-Fna, maar neem ook eens een straat in zuidelijke richting. Een leuke is de Riad Zitoun el-Kdim, die in de uiterste zuidoosthoek van het plein, net voorbij een poortje, begint. De Riad vormt een belangrijke doorsteek naar de oude joodse wijk (de Mellah) en de Kasbah, het stadsdeel waar koning Mohammed VI zijn optrekjes heeft.
In de straat zelf vind je niet alleen toeristenwaar maar ook voorzieningen voor de locals, die in de steegjes (derb‘s) rondom wonen. Hun vaste kruidenier, kippenhandelaar  en kledingmaker, de grafkoepel van een heilige en een badhuis, om maar wat te noemen. Bij elkaar geven ze een aardige indruk van het alledaagse leven in de medina.

De Marokkaanse keuken is onweerstaanbaar. Maar likkebaarden boven tajines en couscous kun je in Marrakech op veel verschillende manieren. Als je nooit op straat eet, moet je deze reis een uitzondering maken voor de restaurantjes op Jemaa el-Fna. Overdag zie je ze niet, maar ’s avonds is het plein één grote gaarkeuken. Die bovendien schoon en betrouwbaar is. Kun je geen keuze maken? Bezoek dan het eettentje Chez Aicha, van Aicha, de eerste vrouwelijke kok op het plein.

De vaste eettentjes rondom Jemaa el-Fna zijn eveneens prima, en bieden op de dakterrassen een magnifiek uitzicht over het tumult en de rookpluimen van de kookpotten beneden. De straat Riad Zitoun Kdim (zie tip 2) biedt vooral mogelijkheden voor een mobiele lunch.

Halverwege de Riad zitten eenvoudige eettentjes waar je zoete of hartige pannenkoekjes of broodjes gebakken sardientjes kunt ophalen. Alles wordt gebakken waar je bij staat, verser kan het niet.

Schuin tegenover de Saadische graven (een bekende toeristenattractie nabij stadspoort Bab er-Rob) is de ingang van het restaurant Nid’cicogne dat je aan het uithangbord met de ooievaar herkent. Het restaurant is boven, je kunt er heerlijk lunchen of  muntthee met koekjes gebruiken, en kijkt er direct uit op volop bewoonde ooievaarsnesten. Een hippe eetgelegenheid met een missie is Café Clock, wat verder oostwaarts.  Hier treden regelmatig traditionele verhalenvertellers op. Hun verhalen worden ter plekke vertaald! Op zaterdagavond mag je de opzwepende muziek van de Bnat Houariyat, bekende vrouwelijke muzikanten niet missen.

’s Middags en ’s avonds is ook Dar Mimoun aan Derb Ben Amrane (een zijstraatje van de Riad Zitoun Kdim) een aanrader. Deze eetgelegenheid is gevestigd in een oud paleisje en je eet op de binnenplaats of in een van de zijkamers. Je ziet veel van zulke riad’s in Marrakech, maar deze is nog heel relaxed, niet zo opgesmukt en gerestyled als vele andere, en dus betaal je je ook niet blauw.

Wil je meer weten van de traditionele Marokkaanse keuken dan kun ook zelf  leren kokkerellen. Dat kan op verschillende locaties zoals hotel La Maison Arabe. Bekend is ook Souk Cuisine, met kookcursussen bij de Nederlandse Gemma van de Burgt. Samen met haar Marokkaanse kokkin ga je eerst in de souk van Marrakech boodschappen doen.

De ville nouvelle, de (relatief) nieuwe stadsdelen van Marrakech. mag je beslist niet overslaan. Er zitten veel bijzondere winkels en galeries met mooie kleding, woonaccessoires en moderne kunst, vooral in de zijstraten van de Avenue Mohammed V,  en rond de shopping mall Carré Eden en hippe tentjes zoals Kechmara en Le Grand Cafe de la Poste, schuin tegenover het strakke Marrakech Plaza.

In dit stadsdeel Guéliz zie je heel scherp de sociale verscheidenheid, of beter: de gapende kloof tussen arm en rijk. Om daar iets over op te steken, is zelfs de McDonald’s een aanrader. In de nieuwe stad vind je ook superpatisserie Al Jawda.  Een aardig idee is om hier een doosje gesorteerde koekjes voor thuis te halen. Wel iets prijzig, want de lekkernijen zijn bijna allemaal bereid met amandelen, maar absoluut verrukkeluk.

Sluit je ogen vooral niet voor de keerzijde van Marrakech, de schrijnende armoede waarin vele bewoners leven. Net buiten Bab ed-Debbagh, de oostelijke stadspoort naast de leerlooierijen, kijk je recht uit op (helaas maar) een deel van de plaatselijke sloppenwijken. Hier vind je geen mooi aangelegde perken zoals elders langs de stadsmuren.

Het idee van de autoriteiten is blijkbaar dat hier maar weinig toeristen komen.  De Souk Bab le-Khmis, een grote vlooienmarkt, vindt wat verderop, net buiten de noordelijke stadspoort Bab le-Khmis, plaats.  De dagelijkse markt is op donderdag op zijn best, zoals zijn naam (Khmis betekent donderdag) ook suggereert.
Je kunt lopend naar de markt komen, maar als je een flinke trippel dwars door de oude medina niet ziet zitten, neem je een taxi die buitenom langs de stadsmuren voert. De markt heeft een open en een ommuurd deel. Alles wat maar verpatst kan worden, van kunstgebitten tot mobieltjes, is er te vinden.

Een verblijf in Marrakech zonder een bezoek aan een hammam is eigenlijk niet compleet. Keuze volop: je hebt de traditionele volksbadhuizen in de wijken en de luxe spa’s in hotels en resorts. Een prachtige hammam van het chique soort is die van La Maison Arabe, vlakbij de westelijke stadspoort Bab Doukkala.

Je zit hier niet met andere mannen of vrouwen te badderen, dus heb je veel meer privacy dan in de traditionele hammam. Wil je toch iets van de echte badhuissfeer meekrijgen dan is  volkshammam Ad-Dahab (Bain d’Or) achter de Medersa Ben Yousef een prima plek. Let wel op de wisselende openingstijden voor vrouwen en mannen.

De toegang is tien dirham (een euro) per persoon, een groot verschil met de minimaal twintig euro die je aan een luxe oord kwijt bent. Overal zijn tegen extra betaling zeep, stevige schrobbeurten en massages te regelen.  Je kunt je badspullen ook kopen op de Place Rehba Kdima, de alom bekende kruidenmarkt.

Denk erom dat iedereen in de hammam zijn slip aanhoudt en er dus extra ondergoed in de badtas moet. Imiteer verder de lokale mannen of vrouwen (zet je vader of je moeder in het sop), dan kan er niks fout gaan. 🙂

Als je wel van shoppen houdt, maar afdingen niet je sterkste vaardigheid of liefste bezigheid is, kun je prima terecht in het Ensemble Artisanal, aan de Avenue Mohammed V, niet ver van de beroemde Koutoubia-moskee.

Uiteenlopende ambachtslieden zitten hier bij elkaar in een complex, je ziet ze aan het werk en kunt tegen schappelijke vaste prijzen hun producten kopen. In de oosthoek zit ook een interessante winkel vol werk van vrouwelijke ambachtslieden. Als je bij hen koopt, steun je de gestage emancipatie van de Marokkaanse vrouw.

In de nieuwe stad gelden sowieso vaste prijzen, of de winkels nu tot een westerse keten (bijvoorbeeld Zara) behoren of niet.

Wil je na een paar dagen slenteren door de stad even flink met de haren in de wind en de neus in het groen? Ga dan lekker fietsen in Marrakech‘ omgeving! Huurfietsen kun je op meerdere plekken in de oude en nieuwe stad vinden, maar een fietstocht via Baja Bikes regelen is minstens zo’n puik plan. Het fietstourbedrijf biedt i.s.m. Maroc Nature meerdere fietstochten met een Nederlandstalige en Engelstalige gids. Je kunt handig online boeken. In circa 3 uur tijd ontdek je op een leuke, veilige en informatieve manier de stad.  Afhankelijk van de tocht doe je een of meer van Marrakech’ belangrijkste tuinen aan: de Ménara, de Palmeraie (een grote palmenoase) en de Jardin Majorelle.

Marrakech is een prima uitvalsbasis voor tal van uitstapjes naar de bergen, de woestijn of de zee.  Mooi voor een dagvullend programma zijn bijvoorbeeld Marokko’s grootste watervallen in Ouzoud. Ze zijn wat lastig te bereiken met het openbaar vervoer en daarom is het boeken van een excursie naar deze bestemming praktischer.

Riad Annie van Anne Bruin en haar man Karim is een prima en betrouwbaar adres voor het boeken van excursies. Het werkt met vaste, heel redelijke prijzen en de buschauffeurs laten je eenmaal ter plekke helemaal vrij om te gaan en te staan waar je wilt.

Vanuit Marrakech kun je ook een of meerdere dagen naar de Vallei van Ourika en de zandduinen van Merzouga. Het vissersstadje Essaouira en het Meer van Lalla Takerkoust kun je eenvoudig (en goedkoper) zelf met het openbaar vervoer doen.

Het plein Jemaa el-Fna loopt vol met fotogenieke levenskunstenaars, van tandendokters en volksmuzikanten tot slangenbezweerders en travestieten. Als je op het plein foto’s wilt nemen van al die kleurrijke lieden, dan lukt dat prima als je wat vijf dirhamstukken bij de hand hebt.

Je vraagt eerst toestemming, maakt de foto’s (zo’n 1-3 stuks), en bepaalt zelf de prijs. Meestal is men tevreden met vijf dirham, zo niet, geef er desnoods nog vijf bovenop, maar raak niet onder de indruk van quasi-boze reacties dat dat te weinig is.

Maak heel relaxed een grapje, dan heb je zelf veel lol, en de betrokken personen ook. Realiseer je voortdurend dat ze hun brood verdienen op Jemaa el-Fna dus gratis weg proberen te komen, is echt totaal ongepast.

Wil je gebruik gaan maken van taxi’s dan is het handig om van meet af aan munten te sparen. Taxi’s zijn verplicht uitgerust met een deugdelijke taximeter, maar het gebeurt geregeld dat zo’n ding (zogenaamd) kapot is. Je kunt natuurlijk uitstappen zodra je dat merkt maar het is eenvoudiger om in zo’n geval zelf de prijs bepalen.

Op je bestemming aangekomen, stap je eerst uit en overhandigt dan het gepaste bedrag dat volgens jou goed is voor de gemaakte kilometers. Taxichauffeurs kunnen daar moeilijk over doen, maar zonder meter hebben ze echt geen poot om op te staan.  Van de oude naar de nieuwe stad is het ongeveer 7-10 dirham per rit, niet per persoon.

Vanaf het vliegveld kun je het beste de gewone stadsbus 19 nemen, die gaat langs alle belangrijke plaatsen en hotels in het centrum en in de nieuwe stad. De onopvallende halte ligt links, achter de parkeerplaats met taxi’s. Je kunt in de bus direct een retourkaartje voor 50 dirham kopen, dat is handig en ook voordeliger.

In de medina ontgaat je veel als je geen scherp oog hebt voor de activiteiten van de lokale bevolking. Train dus dat oog! Als je bijvoorbeeld vrouwen of kinderen met planken met toegedekte broden vanaf de straat een ruimte ziet binnengaan, is dat vermoedelijk een gemeenschappelijke oven (ferran) waar ze die broden (maar ook koekjes) laten afbakken.

Je kunt altijd vragen of je even verder mag kijken, en naderhand een fooitje (zo’n vijf dirham) aan de bakker geven. Ben je in de buurt van een hammam, zoek dan naar de extra deur (ter linker- of rechterzijde) die toegang geeft tot de stookplaats van de hammam. Daarbinnen gebeurt meer dan alleen de hammam opwarmen.

Grappig zijn er de potjes met vlees dat staat te sudderen in de houtskool. Het bijzondere vleesgerecht (tanjia) dat hier bereid wordt, is typisch voor Marrakech. Mensen huren een aardewerken kruik bij de slager (je ziet ze vaak bij slagers hangen, let maar op!), die de kruik met de gewenste hoeveelheid vlees en speciale kruiden vult.

Zijn klanten brengen de kruik dan zelf voor een paar uur naar de fernatshi (de beheerder van een stookplaats). Soms liggen er ook nog schapenpootjes of schapenkoppen die op het vuur gegaard worden. De stookplaatsbeheerder verdient wat bij met dit gekokkerel maar krijgt ook een tip na de bezichtiging van zijn vuurplaats.